Stadsgedicht #1 n.a.v. de nieuwjaarsreceptie/-toespraak
het oude jaar was al eerder uitgepraat
nu hier enkel nog een geur uit het verleden hangt
verstomt het rumoer
en weet Middelburg zich stil
als een ochtend want
zo kan het nieuwe jaar ook een ochtend zijn
waar het licht weer zo vers is
waar de dauw je wakker druppelt
en de eerste meeuw
Zeeuws de dag aan krijst
Middelburg ontwaakt en wrijft zich de ogen uit
overziend het schots en scheve palet van duizenden daken
knipoogt de Lange Jan hem geruststellend toe
het begin, dat deze dag toch is, komt voort
en stelt de stad gerust
na meer dan acht eeuwen weet hij het wel:
niets houdt vorm
maar de lucht is nu
en het nu zijn de mensen
en deze mensen ben ik
Middelburg luistert en hoort de nieuwe dag
vlot spreken in tal van talen
waar Walchers één van de velen is
is het hem alle één
en ach, ook vandaag zal het zeker weer waaien
woorden als wolken over uit rede gegroeide stad
vol rituelen zal er worden gesproken en besloten
vol bezieling tot wederom de lucht is blauw
Middelburg gaat er nog eens goed voor zitten
overziet de Markt, de dorpen, de wijken
en stelt als echte Zeeuw nuchter vast:
geluk is vooral een kwestie van kijken
niets houdt vorm
maar de lucht is nu
en het nu zijn de mensen
en deze mensen ben ik
Aschwin van den Abeele
Stadsdichter van Middelburg